Mijn moeder van 92 jaar en het linkse “Flamigantisme” na WOI.

18Jul08

Niet te geloven, als kind reed ik op mijn driewielertje  met een Vlaams vlaggetje rond. Later was ik niet alleen lid van de “Melkbrigade”, maar ook van een “ABN-kern” die ijverde voor een propere Nederlandse taal..Nochtans is het gezin waar in ik opgroeide links socialistisch, syndikalistisch en…Vlaams. Zoals vele Vlaamse families bestaat de mijne uit twee delen waartussen het nooit meer goed kwam: een “witte” en een “zwarte”. Een antifascistische vleugel en een die vlotjes collaboreerde tijdens WOII , veroordeeld werd en zelfs nadien betrokken bleef bij extreem rechts. Verbolgen “slachtoffers van de repressie”…

De “Vlaamse Frontpartij”.

Mijn moeder (José Laeremans) is 92 jaar en zit meer dan goed in haar vel. Ze schrijft en vergadert. Ondermeer bij de “Grijze Geuzen” van “De Humanistisch –Vrijzinnige Vereniging”. (“Het Humanistisch Verbond”). Ik kreeg een stukje van haar in handen dat net verscheen in het tijdschrift van de Antwerpse “Grijze Geuzen”. (http://www.h-vv.be ) Een persoonlijk tijdsdocument over de periode rond WOI. Over jaren van de Vlaamse beweging die in de mist verdwenen. Toen deze beweging uitgesproken links was en onderdeel van de klassenstrijd, tot ongeveer 1925. Rechts, extreem rechts en het fascisme namen toen de zaak over. De geschiedenis is bekend. Sindsdien heeft “Vlaams” een vieze smaak. Het is tijd het oorspronkelijke, linkse karakter er van te herstellen.

Mijn familie van moederskant was reeds in de 19° eeuw vrijzinnig, met de loge verwant, sociaal liberaal en extreem anti klerikaal. Ze las “De Nieuwe Gazet”, de toenmalige spreekbuis van de progressieve, liberale Flamiganten. De nog onafhankelijke “De Nieuwe Gazet” – waar mijn grootmoeder trouw op geabonneerd bleef – was mijn eerste bron van informatie. Pas als jongvolwassene betrad ik voor het eerst als toerist het oord des verderf, een kerk…Mijn familie was actief Vlaamsgezind. Langs vaders kant (Theo Calliauw) die uit een arbeidersmilieu kwam, socialistisch. Een militant van het ABVV. Werkzaam aan “de dok” en de “Schop” (scheepsherstellers). Later als leraar. Mijn ouders waren hun hele leven lang actief in de sociaal democratische beweging. “Rode Valken”, turnkring, de toneelkring, de fanfare, “Socialistische Vooruitziende Vrouwen”, de vakbond en mutualiteit, “de partij”, café “De Reisduif” als “lokaal”. Eén Mei !.Een basisbeweging die vernietigd is door “communicatiespecialisten” à la Patrick Janssens. Hun oudste zoon werd communist en zoals Louis Paul Boon redacteur bij de “Rode Vaan” (KP). Nu is hij militant bij de “PvdA” en publiceert in “Solidair” en op “Indymedia”.

Vader en moeder, grootouders, voorouders, waren zeer betrokken bij de progressieve Vlaams strijd. De leden van de “Vooruitgroep”(“Welk Vlaanderen voor morgen ?” http://www.indymedia.be/nl/node/28540 ) herkennen in de herinneringen van mijn moeder zeker de oorspronkelijke emanciperende, vooruitstrevende inhoud van de Vlaamse strijd. Die internationalistisch was en groeide uit de “Frontpartij” in en na de eerste wereldoorlog. “Front”, van het oorlogsfront aan het Vlaamse riviertje de Ijzer, waar onnoemelijk veel jongeren tussen 16 en 30 jaar in de modder crepeerden tussen de ratten en de weeë geur van de ontbindende lijken van hun wapenbroeders. Meer dan negen miljoen doden,zo was het en niet anders. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Wereldoorlog )

Karl Marx.

Mijn moeder noemt een pak namen, bekend bij de iets oudere generatie. Louis Paul Boon (1912 -1979 – http://www.lpboon.net ) en Bert Van Hoorick, oprichters van de “Vlaamse Arbeidersjeugd”. Bert Van Hoorick (1915-2000) kwam uit Aalst, zoals Boon. Hij was volksvertegenwoordiger voor de KPB (Communisten) en later voor de BSP (Socialisten). Hij overleefde de concentratiekampen van Breendonk en Buchenwald, als belangrijk gewapend verzetsleider. In ’47 diende hij als communist een wetsvoorstel in tot amnestie van minderjarige collaborateurs. Ondermeer zij die als pubers voor de Paus en tegen het Bolsjewisme,misleid naar het Oostfront trokken en het konden na vertellen. Het werd door “de bourgeoisie” die niets met het verzet te maken had gehad, niet aanvaard in de Kamer.

De door mijn moeder genoemde Juul De Roover (1910 ) was de architect van de “Silvertop- blokken” op het Kiel. De belangrijke naoorlogse architect Renaat Braem (1910-2001) was een leerling van Le Corbusier. Hij ontwierp de sociale “paalwoningen” op het Antwerpse Kiel.

Ze noemt ook Ward Hermans (1897-1992) voor wiens vrijlating uit de cel ze als kind mee betoogde. Deze dienstweigeraar en Vlaamsgezinde, evolueerde naar het nazisme en was medeoprichter van de “Algemene SS-Vlaanderen”. Hij werd na WOII ter dood veroordeeld en begenadigd. Mijn moeder, vader en anderen bleven hun linkse, anti fascistische, socialistische Vlaamsgezinde opvattingen trouw.

De keuze van Herman Vos.

Een vooraanstaande Vlaamse politieke figuur die de juiste keuze maakte en niet naar het “VNV” (Vlaams Nationaal Verbond) of andere extreem rechtse, nazi gezinde bewegingen evolueerde, was Herman Vos. Hij stapte van de “Frontpartij” over naar de “BWP” (Belgische Werklieden Partij ). Kurt Himpe, N-VA Gemeenteraadslid in Izegem, publiceerde op zijn site een bijzonder lezenswaardig stuk over Herman Vos en de historische context waarin diens besluit plaatsvond. Keuzes maken is noodzakelijk, ook vandaag.

http://www.kurthimpe.be/Publicaties2006/Publicatie2006-hermanvosvanfrontpartijnaarbelgischewerkliedenpartij.htm

De eerste Ijzerbedevaarten hadden plaats onder de slogan “Nooit meer oorlog !”. Ze waren uitgesproken pacifistisch. Tot… Een uitgebreide geschiedenis van “De oorlogsbedevaarten van 1940 t/m 1944”op  http://www.verzet.org/content/view/235/36/1/1/ .

Mijn moeder snapt niets van B.H.V. en de roep om de “splitsing” van België. Ze is niet alleen. Het waren niet de Waalse arbeiders die de Vlaamse onderdrukten en in de loopgraven aan het front bevelen in het Frans gaven, die ze niet begrepen ,waardoor ze de dood in liepen. Het was de Vlaamse bourgeoisie die de Vlaamse mensen onderdrukte. Wat Karl Marx, die geruime tijd in Brussel woonde, deed zeggen: “In Vlaanderen is het makkelijk de klassenvijand te herkennen. Hij spreekt Frans”.

“Bezette Stad”.

De Vlaamsgezinde militanten van de “Frontpartij” waren solidair met de Waalse arbeiders en internationalistisch. Zoals Paul Van Ostayen. en Jef Van Extergem (1898 – 1945), oprichter van de “Vlaamse Communistische Partij”.Van Extergem stierf in het concentratiekamp Mittelbau – Dora. Hij was vlak na WOI bevriend met August Borms (1878 – 1946).Na WOII terecht gefusillieerd wegens collaboratie. De dichter Van Ostayen (1896 -1928) vluchtte als “Vlaams activist” na WOI naar Berlijn, waar hij zijn belangrijkste werk schreef,“Bezette Stad” (1921) – http://users.pandora.be/gaston.d.haese/biografie_pvo.html .

De hier gepubliceerde herinneringen van mijn vitale 92 jarige moeder geven een inzicht in de oorsprong van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd die onder de mat geveegd werd. Een oorsprong die aansluit bij de visie van de “Vooruitgroep”. Hier een stukje zeer persoonlijke geschiedenis…
                                                            *****

José Laeremans (92 jaar) – “De Vlaamse beweging zoals ik die ervaren heb”.

“Rommelen in een schuifje waarin een stevige kartonnen doos, met daarin nog kleinere doosjes voor juweeltjes, nep en echt. Erfenisjes van her en der, alles netjes ingedeeld…en toch zoeken. Mijn aandacht wordt plots gevestigd op een gouden speld, destijds van mijn moeder, met als opschrift: “Spreek je taal”. Ik ging op de rand van mijn bed zitten, naast de open doos en begon te dromen, terug in de tijd…Het begon allemaal zeer vroeg.

Een warme zaterdagse zomeravond, kort na de eerste wereldoorlog. Ik moet nog een klein peuterke van zo’n twee jaar geweest zijn. Fris gewassen in de tob, mijn haar opgebonden in “papiljotten”, struikelend over mijn lange nachtjapon, holde ik naar buiten om “slaapwel” te zeggen tegen mijn vader. Hij stond te babbelen met een buurman en ’t ging er nogal heftig aan toe over strijd, geweld en…”dàt nooit meer !”. Voor ’t eerst hoorde ik de woorden “dat nooit meer”, wat later een begrip zou worden. Verschrikt klemde ik mij vast aan mijn vaders been.

De volgende dag, zondag, was heel wat plezieriger. Ik zat op de schouders van mijn vijftien jaar oudere broer en had een door mijn moeder gebreide, geelzijden muts op, met aan de punten zwartzijden bessen. De Vlaamse kleuren. Ik vond ze prachtig. Er waren vlaggen, er was muziek en er werd uit volle borst gezongen. ’t Was feest. Later begreep ik dat we op stap waren geweest met de “Vlaemsche Frontpartij”, een anti- militaristische vereniging, ontstaan als reactie op de eerste wereldoorlog, met als symbool twee handen, die een gebroken geweer vasthielden. Dat “gebroken geweer” zou in de sixties terug opduiken tijdens de beweging tegen de oorlog in Vietnam. Samen met jongeren die militaire dienst weigerden.

De “Verborgenheden des Volks”.

Wanneer ik zo’n zes jaar was mocht ik met mijn broer mee naar “ ’t Heilig Huisken”. Het was een houten gebouwtje, gelegen aan de St.Bernardsesteenweg,vlak tegenover de kerk, naast het kerkhof en de Kielsevest. Op de grens tussen Hoboken en Antwerpen. Ik leerde daar toen de populaire dans: de “Charleston”. Van daaruit gingen we soms met de hele familie nog een pint drinken in de Abdijstraat, waar mijn broers beste vriend woonde, die een weeskind was en geadopteerd door “Madame Stas”, die dat café uitbaatte en voorzitster was van de Antwerpse Socialistische Vrouwen.

Mijn ouders waren vrijzinnige, anti –militaristische en zeer progressieve mensen, die uitkwamen voor hun overtuiging. Vlaamsgezind…We leven toch in Vlaanderen, in Antwerpen? Is onze voertaal niet de Vlaamse of Nederlandse taal? De taal van de Lage Landen bij de zee? Ik werd vrijzinnig en strijdbaar van in de wieg. Alleen de kleine burgerij, die toch zo graag bij de hogere burgerij wilde horen, sprak Frans. Alsook de nieuwe rijken. Was het nog een overblijfsel uit de tijd van Napoleon misschien?

Mijn broer, inmiddels gehuwd, trok met zijn vrouw naar de inhuldiging van het eerste ijzermonument met als leuze: “Nooit meer”…Nooit meer oorlog. Als jonge puber werd ik me stilaan bewust wat ‘Strijdbaar Vlaams” betekende. Ik las alles wat ik onderhanden kreeg. De bijlage en afleveringen van het dagblad “De Schelde” en “De Verborgenheden des Volks”. Ik was een trouwe klant van de Openbare Bibliotheek. Mijn zondagsgeld ging voor het grootste deel naar tweede handsboeken en de boekskes van A.Hans. Zo kreeg ik ook “De Leeuw van Vlaanderen van Hendrik Conscience te pakken en heel die Vlaamse strijd.

Vlaamse klassenstrijd.

Mijn moeder hield een goedlopende winkel in witgoed open aan de Polostraat op ‘t Kiel,vlakbij “den Beerschot”.Waar mijn vader en broer soms hielpen bij zaterdagse drukte. Er kwamen allerlei klanten, ook de meid van “meneer pastoor” van ’t klooster,waar verwaarloosde kinderen en weesmeisjes – ook jonge prostituees – opgevangen werden. Die pastoor werd naar ’t  Klooster van ’t Kiel verbannen omdat hij in Zichem weigerde de mis eentalig in ’t Frans op te dragen. Zijn meid kwam mee. Zij behoorde als kind tot de jeugd van Zichem en de fratsen van “De Witte”. Dus de echte pastoor en meid. Niet die uit de literatuur, de schouwburg of de film. In die pastorie kwamen allerlei bezoekers: schrijvers en dichters, kunstenaars en politiekers. Ook de pastoor stelde het instituut “Kerk” in vraag.

In feite maakte de Vlaamse beweging deel uit van de klassenstrijd. De adel, de hoge burgerij en de nieuwe rijken tegenover de volksmens en de kleine boerkes. Die meid, alsook de pastoor die veel van kinderen hield, namen mij soms mee naar de pastorie. Waar ik samen met hen lekkere soep met ballekes at en als dessert steevast een gerimpeld appeltje. De pastoor liet mij op zijn harmonium spelen omdat ik thuis piano speelde en dat naar het schijnt niet slecht deed.

De pianojuffrouw die naar pis stonk en met een lineaal op mijn kneukels sloeg, schreeuwde “gauche, droite” en meer van dat fraais…Alweer in het Frans. Die juffrouw meende dat een piano bezitten en een pianojuffrouw betalen tot de bourgeoisie behoorde en de opvoeding dan in het Frans gebeurde. Ik kreeg buikpijn van dat mens. Ze werd ontslagen en ik speelde verder alle opera’s die ik geleerd had, studeerde in het studieboek verder en speelde met overgave en veel plezier alle melodieën en liederen die ik kende en hoorde. De rest was improvisatie.

“Wardje vrij ! Wardje vrij !”

In de lagere school had ik natuurlijk vriendinnetjes, waaronder Hilde. Haar vader was onderwijzer en werd ontslagen omdat hij Vlaamsgezind en anti- militarist was. Hij richtte een Esperanto vereniging op omdat hij, idealist die hij was, meende meer begrip en vrede tussen de mensengroepen en volkeren te kunnen brengen wanneer zij een zelfde taal spraken. Ook hij nodigde mij uit om voor zijn vereniging piano te komen spelen, hetgeen natuurlijk een grote mislukking werd. Publiek en podium was niets voor mij.

Op een dag kwam er een vrouw onze winkel binnen. Zij schreide. Haar zoon, dienstweigeraar en Vlaamsgezind werd opgepakt en zat in de gevangenis. Zijn naam was Ward Hermans. In stoet gingen wij betogen en zongen toen op een populair deuntje: “Wardje vrij, Wardje vrij en de muziek zal spelen. Wardje vrij !”. Een andere keer betoogden wij voor de opera op de Frankrijklei, omdat daar eentalig in het Frans werd gespeeld. Alleen een prostituee kwam protesteren, met de klacht dat haar klanten zouden wegblijven…Ook in de “Grand Bazar”, in “ L’Innovation” en de “Bourse” en alle winkels op de Groenplaats en de Meir sprak men Frans.

Als 13, 14 jarige volgde ik de Lagere Hoofdschool of vierde graad in de stadsschool aan de Lange Leemstraat, die half betalend was. Er waren twee afdelingen: een Vlaamse en een Franse. In de Vlaamse afdeling waren we met acht leerlingen, in de Franstalige meer dan vijftig. Ook daar weer dezelfde problemen; het hoogmoedig neerkijken van Frans op Vlaams, met soms vechtpartijen in de toiletten tot gevolg.

Milities in uniform…

Ook later, in de Academie voor Schone Kunsten aan de Mutsaertstraat in Antwerpen was het weer van dat. In hetzelfde leerjaar een  Franse kliek, de rest Vlaams, alhoewel de geest daar al veel beter was. Ook de leraars, die manifest niets lieten blijken en uitsluitend in het Nederlands les gaven.  Ik trof het wel tot ik op het einde van het derde jaar een Waal als leraar kreeg die gebrekkig Nederlands sprak en ik het plaasteren model meer dan moe was. Ik schreef in de gangen in houtskool: “Nooit meer !” en mijn vriendinnetje “A.V.V. – V.V.K”. Wij vlogen allebei buiten.

Ondertussen trad ik tot de jeugdgroep “V.A.J. –Vlaamse Arbeidersjeugd” toe. Het was een vereniging in het leven geroepen door L.P.Boon in Gent. Bert Van Hoorick, vriend van Boon, richtte in Antwerpen een afdeling op. Ik leerde er Frans Arijs, Rik  Van de Abbeele en Bert Brouns kennen, die later alledrie belangrijke functies bij de BRT kregen.

Op een keer waren wij per fiets naar de IJzerbedevaart in Dixmuide afgezakt en Siska D’Hondt colporteerde daar met ons blaadje “Nooit Meer !”, tegen oorlog en fascisme. Prompt werd zij opgepakt en onder de trappen van het gemeentehuis in de bak gestopt. Toen liep het mis. Wij zagen daar milities in uniform. Onze verwarring was groot. Siska werd vrijgelaten. Wij keerden rechtsom en zijn er nooit weergekeerd.

“Vuile Flamigant !”.

Mijn latere echtgenoot “Fil” (Theo) Calliauw, die in de Academie ’s avonds architectuur volgde, leerde daar René (Renaat) Braem en Elza Severin kennen. Zij hadden een jeugdgroepering, de “Joe Englishgilde”.( http://www.dezwerfkat.be/IJZERBEDEVAART.htm ) Mijn toekomstige echtgenoot vertelde zijn ervaringen. Toen hij op de vakschool aan de Paardenmarkt de afdeling houtbewerking volgde – zijn vader en broers waren schrijnwerkers – nam hij soms de tram. Op een keer  vroeg hij op de tram “aansluiting”. De tramontvanger vloog uit: “Van mijnen tram, vuile Flamigant! Kunde gij niet gewoon, gelijk de andere mensen, “correspondentie” vragen !”. Later bij het leger, zouden hij en zijn vriend Juul De Roover, die de zoon was van mijn leraar en familie van Braem, als studerenden zeker sergeant moeten kunnen worden. Ze kregen te horen: “’t Is gij komt nie in de schoolcompagnie…”.

Troost…Wij volgden beiden verschillende bijlessen, waaronder literatuur gegeven door de schrijver Herman Teirlinck. Voor ons zeer verrijkend. Hij was door de studenten erg geliefd.”.

“De Grijze Geuzen” is de senioren organisatie van “De Humanistisch –Vrijzinnige Vereniging”.

http://www.h-vv.be

“H.V.V.”, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. O3/233.70.32.

Advertenties


No Responses Yet to “Mijn moeder van 92 jaar en het linkse “Flamigantisme” na WOI.”

  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: