“De truken van de journalistieke foor”

11Mrt08

Lang geleden, toen de dieren nog spraken, leefden er al kinderen die reeds in de lagere school of in de familiekring hun eigen handgeschreven krantje ventten. Niet één exemplaar, maar minstens enkele. Want dat is een definitie van media, een massaverschijnsel. Beïnvloeden van veel klanten. En, zo mogelijk, er aan verdienen. Deze kinderen trokken met hun winst naar de krantenboer om er met hun zuurverdiende centen “Robbedoes” of “Kuifje” te kopen en nog sterker in de ban te raken van de reuk van bedrukt papier. Eens zover was er geen weg terug. Verslaving. Obsessie.

John Moussiaux 

Foto: John Moussiaux

Lichtjes verbitterd.

Van het kinderkrantje kwam het schoolblaadje in het middelbaar. Met een ruziemakende redactie en een directie die iets nieuws leerde kennen: censuur! De cartoon van de leraar lichamelijke opvoeding was er over. De directeur greep in. De zo moeizaam bij elkaar geschreven, gestencilde, geniete oplage van 120 ex verdween in de kachel. De redactie was woest en verdween in het dichtstbijzijnde café om het verzet te organiseren.

Ze leerde de ware habitat van een journalist – zo voelden ze zich nu terecht – kennen:de kroeg. Ze wisten dat ze ànders waren, afwijkend van de kudde op de speelplaats. Die zandbak zou nooit meer hun thuis zijn. “Resist!”. Deze prille journalisten verdwenen in het décor, maar wisten dat ze elkaar steeds weer op het lijf zouden lopen. Ze begonnen in échte bladen te publiceren, met een oplage van wel 5000 ex. Ze leerden “het lood” en “de steen” kennen. Ze maakten zich minder illusies. Niet de schooldirecteur vonniste over hun teksten, maar de hoofdredacteur sneed er op los. Een eindredacteur vond titels uit die niets met hun artikel te maken hadden, maar hét verkocht.

Ze kregen de lichtjes verbitterde trek waaraan je de échte herkent. Ook dat niet te verbergen wat sjofele gedrag was onmiskenbaar. Tijdens een persconferentie durfden ze nog stiekem in “Robbedoes” bladeren in plaats van in de persmap met haar getelefoneerde informatie. Ze behoorden tot “het gilde” van de beroepsjournalisten met een echte perskaart. Ze reden daarmee voor niks eerste klas en mochten gratis de Antwerpse Zoo binnen. Ze kenden de truken van de foor. Aan hen zal het niet liggen, de gazet staat elke dag vol. De collega’s werkten bij de concurrentie, maar ze zaten samen hun frustraties weg te zuipen in dezelfde bar. Was dàt het volle leven?

Verse vis.

In de prehistorie van “de steen” en “de Remington” in plaats van de PC, was het leven hard voor een journalist. Louis Paul Boon, die ondermeer bij de “Vooruit” werkte, beschrijft hoe ze het in zijn stamcafé in Aalst maar bedenkelijk vonden dat hij brood kon kopen door “stukjes in de gazet” te schrijven in plaats van dat te doen waarvoor hij geboren was:gevels schilderen. Erger nog was de volkswijsheid dat de krant van gisteren slechts bruikbaar was om er vandaag verse vis in te verpakken. Niets zo vluchtig dan het nieuwste nieuws. Niets zo relatief dan dat nieuws. Het is bekend, hond bijt man is géén stukje waard. Man bijt hond, dat is het. Daarom, dat verbitterde trekje…

Internet en andere elektronische media veranderden aan dit drama niets. Neen, het werd erger, grotesker. Men kan er niet eens meer vis in verpakken. Een berichtje op “newswire” van Indymedia overleeft hoogstens enkele dagen en verdwijnt dan in de onpeilbare kosmos van de virtuele werkelijkheid. Slechts een maniak of een pol & soc student die op zoek is naar een thema voor zijn thesis duikt al eens in die hooiberg, op zoek naar de speld die zijn prof in vervoering kan brengen. Sommigen trachten aan deze vernietiging te ontsnappen door hun hoogstpersoonlijke Blog te lanceren. Ze zijn in feite terug bij af, bij het kind in de lagere school dat zijn met de hand geschreven gazetje verpatste. Het besef slechts een korrel in de woestijn van de journalistiek te zijn, doet pijn. “Resist?”. Er zijn er veel voor minder aan de drank geraakt.

Er zijn geen zekerheden meer. De titel van beroepsjournalist gaf enig papieren besef van identiteit aan stukjesschrijvers die zich eigenlijk gemankeerde litteratoren wisten. De meeste beroepsjournalisten waren met de hakken over de sloot door hun middelbaar onderwijs geraakt, of zelfs niet. De kranten hadden geen intellectuelen nodig, maar een soort zigeuners die weinig wisten over één bepaald thema, maar véél over van alles. ’s Morgens een verkeersongeval, ’s middags wat dorpspolitiek bij de burgemeester op schoot, ’s avonds even een theaterproductie te kakken zetten. De huidige redacties zijn nog steeds op zoek naar dat type vreemde vogels, deze beroepsjournalisten die op recepties professioneel het buffet opvreten, de bar leegzuipen en er dan ook nog in gelukken de deadline te halen. Ze bestaan, meer dan je denkt. Ze zijn het zout op de patatten van de “vrije nieuwsgaring” in een democratie,waarvoor tijdens WOII  gewapende verzetstrijders het leven lieten. “I love it !”. Zoals ik van Ernest Hemingway hou, journalist en auteur van “The Old Man and the Sea”.

Gust de gorilla.

Journalisten voelen zich niet alleen mislukte romanciers. Ze hebben ook een boodschap! Of denken die te hebben. Vermits hun hoofdredacteur als slaafje van de beheerraad geacht wordt een, verkoopbare, “politieke lijn” in zijn product te houden, komt van die mogelijke persoonlijke boodschap van lagergeplaatste weinig in huis. Vroeger ging de schaar er in en werd de lijmpot bovengehaald. Nu is er de “muis”. Die bittere trek om de mondhoeken is te begrijpen. Dat de truken van de journalistieke foor motivatie vervangen ook. En de lezer/kijker? Ach, geen gezeur.Entertainment,dat willen ze.

In ruil voor een sandwich en een drankje zijn al veel beroepsjournalisten “verkocht”. Let op, dit is niet kwaadaardig bedoeld. We zijn maar mensen. Na een carriére van gratis etentjes en whisky raakt het brein al eens beneveld en ziet de professionele verslaggever niet zo best meer het onderscheid tussen zijn job en die van PR ambtenaar van, laten we zeggen, de Antwerpse Schepen van Sociale Zaken en OCMW voorzitster Monica De Coninck. Nu ben ik de laatste om te eisen dat een journalist “neutraal” zou schrijven. Neutraliteit bestaat niet, ook niet in de media. Ik ben niet neutraal, ook niet toen ik beroepsjournalist was. Ik ben een “linkse rat” en iedereen weet dat. Dat maakt de dingen gemakkelijker. Mijn beroepskaart beschouwde ik, zoals ik al zei, leuk om een heel jaar gratis de Antwerpse Zoo binnen te mogen om er Gust de gorilla goedendag te zeggen. Eigenlijk begon hier de corruptie reeds, want in ruil voor die gratis toegang verwachtte de Gust al eens in de krant te staan. Mét bezoekuren.

Ik hààt de media niet, ik ben er verslaafd aan. “Don’t hate the media. Be the media”. Maar de liefde komt best van twee kanten. Sommige beroepsjournalisten omarmen de nieuwe media en werken er zonder frustratie mee samen. De “oude” en de “jonge” beïnvloeden elkaar steeds meer. Liefst zonder hun autonomie te verliezen en in een nieuwe grijze brij op te gaan. Dit tijdperk is hier in uniek. Anderen, een minderheid hoop ik, hebben het verdomd lastig met de burgerjournalistiek. Onafhankelijke burgerjournalisten die op hun territorium van recepties,drankjes en roddeltjes komen pissen? O, neen!

“Media Activisme”.

Uit “Media Activisme”, de recente publicatie van Indymedia.be, leer ik dat iedereen zich journalist mag noemen. (http://www.media-activisme.be/ ) Moest er nog bijkomen. Beroepsjournalist is een beschermde titel, zoals “doctoor”. Wat is het verschil tussen een beroeps en een burger? De poen, mijnheer. Niets meer, niets minder. De beroepsjournalist maakt er zijn betaalde job van, de burger steekt er meestal geld in. Qua kwaliteit, deontologie, staan ze op gelijke hoogte, hebben ze dezelfde rechten en plichten. Alhoewel… Een burgerjournalist is veel onafhankelijker en zal zich zelden de PR functionaris van overheid of bedrijfsleven voelen. Ook in de sector van de hulpverlening vervaagd de grens tussen professionelen, “beroeps”, en ervaringsdeskundige vrijwilligers die uitgebreide kennis verwerven. Dat is het resultaat van “een leven lang leren”. Ook hier maakt poen het verschil. En volgehouden engagement, motivatie.

24lbcae0a8jxcafzvfimca7ajnl8calwcgzaca1eywrecan9m3gqca3q1bmecae8tf0wcav6kgqfcau8br20ca4j0lstcaxekeaocakn69eaca43saeucapbd4nhcapsf76tcakuu8fscaj09n5wcae3f0x3.jpg

 Sommige PR verantwoordelijken van politici en sommige journalisten met een kaartje, hebben het moeilijk met de pottenkijkers van bvb. Indymedia. Dat bleek op nogal sensationele wijze tijdens een persconferentie op het Antwerpse Stadhuis. (10/03/08 – Prostitutie http://www.indymedia.be/nl/node/26409) .Let wel, het ging om een persontmoeting met ondermeer Schepen Monica De Coninck, niet om een wat uitgelopen kroegbezoek aan het nabij gelegen café “Den Engel”. Vermits de regionale redacties van het beperkt aantal kranten + ATV + VRT 2 dunbevolkt zijn, vormt deze “persmeute” een beperkte, hechte club die door de politici familiair met de voornaam aangesproken wordt. Toen Patrick Janssens dat met mij op een vergadering op het “Schoon verdiep” deed, blafte ik hem af. Enige afstand is gezond… Ik ben daar zeer ouderwets in.

Schoven die maandagochtend toch wel drie vrijwilligers van Indymedia.be mee aan tafel, zeker. De fotograaf John Mossiaux, Frank Cool (van http://www.basta-online.be ), ikzelf en nog een bekende ex prostituee. Het vriendenclubje werd ongemakkelijk. Eén van die vrolijke vrienden was Kris Goosenaerts van Het Nieuwsblad en de kwaliteitskrant De Standaard. Zoals het bij een échte hoort hing hij verveeld in zijn stoel, noteerde geen jota en was klaar om – truk van de journalistieke foor – de persmap over te schrijven, eventueel aangedikt met een gepikte alinea van Belga. Wat de dag nadien dan ook bleek. Die persmap was trouwens zeer tegen haar zin (“zijn jullie wel journalisten…”) en na aandringen, door de persverantwoordelijke van het kabinet van De Coninck – Eva De Wolf – aan Indymedia overhandigt. Hoe wisten die “vreemden” van deze ontmoeting? Wel, van een bevriende “beroeps”. Café “Den Engel” lonkte, er werden dus een paar proforma vragen gesteld. Tot…

“Embedded beroeps” & “wilde burgers”.

Tot er vragen en opmerkingen kwamen die niet proforma waren, maar to the point. Niet van die regionale “embedded” schrijvers met een beroepskaart, uiteraard niet, die haalden trouw de persmap op, maar van de “wilde” kant. Dat was er dus teveel aan voor de befaamde Kris Goosenaerts. Als Gust de gorilla trommelde hij op tafel, uitroepend: “Ik heb er genoeg van!”. Deze hoogstpersoonlijke kreet zou beschouwd kunnen worden als een vraag om hulp. De OCMW voorzitster had zeker de weg kunnen tonen. Daarenboven zijn het zich niet houden aan de normen en waarden vanwege dorpse “embedded” journalisten geen uitzondering. Ik zag er ooit één per ongeluk tegen de broekspijpen van de Roemeense ambassadeur pissen, tijdens een feestje met de media in diens tuin te Brussel. Soit…

Mijnheer Goosenaerts zag het echter breder. Daarom gaan we er op in. En ook omdat we al eens mogen lachen, nietwaar? Hij onderbrak brutaal onze vragen en de poging tot antwoord door Monica De Coninck en de woordvoerster van “Gh@pro”,Ann Vercauteren. Hij verhinderde aldus bewust dat wij op een persconferentie als burgerjournalisten aan vrije nieuwsgaring konden doen. Hij discrimineerde en censureerde, in een actie bedoeld om het beleid welgevallig te zijn en zijn intiemste frustraties eens dik in de verf te zetten. Dat beleid maakte er handig gebruik van door ons tussen alle herrie in te verwijzen naar een “persoonlijk gesprek” nà de openbare ontmoeting met de media. En dus weg te komen met een paar gezagsgetrouwe proforma vragen en niet te moeten ingaan op fundamentele opmerkingen die later op de dag door de criminologe/sociologe Marjon van San – over wiens studie de persconferentie ging – op ATV wél ten berde gebracht werden.

Een trouwe commentator op onze stukjes op Indymedia.be is mijnheer Frank Zwavel uit de Zwavelstraat te “A”. Dank zij hem kunnen we een stukje van de kwaliteitsjournalist Goosenaerts uit het Nieuwsblad tonen. Lees onderaan het art. “AiA”. De schrik zit er al goed in” zijn verslag van een persontmoeting.(http://www.indymedia.be/nl/node/26126 ).Zijn bijdrage is getiteld “De luidste roepers” en was duidelijk voor het “Pallieterke” bedoeld. Op de persontmoeting over het mislukte Antwerpse prostitutiebeleid illustreerde hij hoe een “luide roeper” er in het echt bijloopt.

Zotskap voor Kris Goosenaerts.

Kris Goosenaerts van de kwaliteitskrant De Standaard ging zijn deontologisch boekje vér te buiten. Hij saboteerde het werk van een burgerjournalist, die net als hij beroepsjournalist was. Hij mag er dan wel “genoeg” van hebben, hij hoort beleefd zijn bek te houden of het pand te verlaten wanneer iets hem niet welgevalligs is. En niet de rol van beroepsprovocateur in dienst van het beleid te spelen. Teveel petjes op hebben is slecht voor het brein. Dat is te merken aan zijn artikels. Uiteraard kreeg hij de volle laag terug.

Indymedia.be vond haar noodzakelijke informatie via andere wegen. Wij bezitten wat betreft sociale uitsluiting en prostitutie over meer unieke bronnen dan de “échte media”. Daarom ook doen ernstige journalisten beroep op ons. En sorry,een Goosenaerts hoort niet tot die ernstige categorie. Hij verdient om deontologische redenen een leerzame sanctie van de “Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België – Vlaamse Vereniging van Journalisten”. Bvb. een uur in de hoek staan met een zotskap op.

Zeg dat een oude beroepsjournalist die een nieuwe burgerjournalist werd en de truken van de foor kent, het gezegd heeft.

Advertenties


No Responses Yet to ““De truken van de journalistieke foor””

  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: